Maria Montessori


Hebt u zich nooit verbaasd over de vrijwel ongebreidelde activiteit en de ontdekkingsdrang van uw kind? Met haast onuitputtelijke energie richten zij de aandacht op de wereld om hen heen. Het is voor een kind van levens-belang de hem omringende werkelijkheid te onderzoeken, te ordenen en te beheersen; zo bouwt het zelf zijn persoonlijkheid. Maria Montessori is op 31 augustus 1870 geboren in Chiaravalle, een klein plaatsje bij Ancona, Italië. Ze is de eerste vrouwelijke medicijnenstudente van Italië en in 1896 de eerste vrouwelijke arts. In 1904 wordt zij benoemd tot hoogleraar in de antropo-logie aan de Universiteit van Rome, een leerstoel die zij bekleedt tot 1916. Tegelijk schrijft zij zich in als student in de pedagogie.
In 1907 krijgt ze de mogelijkheid haar ideeën in de praktijk te brengen in de armoewijk San Lorenzo in Rome. Hier sticht zij haar Case dei Bambini, de ‘kinderhuizen’ waar het montessorionderwijs begint. Deze onderwijsmethode was gebaseerd op de centrale gedachte dat een kind zichzelf ontwikkelt, mits men zorgt voor een milieu dat tot handelen uitnodigt. Op latere leeftijd verhuist Maria Montessori haar actieterrein naar Nederland, waar verschillende schooltjes die haar methode toepasten, overleefden
Enkele markante uitspraken van Maria Montessori willen wij u niet onthouden: De 10 meest meest gestelde vragen over Montessori onderwijs en  onze school:

1. Wat zijn de uitgangspunten van het montessori-onderwijs op deze school?
De sfeer op school laat iedereen zich veilig voelen waardoor het kind zich optimaal kan ontplooien. Kinderen en volwassenen respecteren elkaar.

Ontwikkelingsgericht werken met kinderen; men gaat er van uit dat ieder kind tot ander gedrag en prestaties in staat is. Ieder kind mag dan ook verschillend zijn.
Met individuele en groepslessen stimuleert en begeleidt de leerkracht het leerproces van ieder kind afzonderlijk. Het kind wordt aangemoedigd en uitgedaagd om het niveau te bereiken dat voor hem of haar haalbaar is.
Verschillen in aanleg en tempo worden niet genegeerd, maar gerespecteerd. Sterker nog: het onderwijs is er op ingericht dat deze verschillen bestaan.
Ons onderwijs richt zich op de totale ontwikkeling van het kind, nl. op de psychische, sociale, intellectuele en creatieve aspecten van de ontwikkeling en het mens-zijn.
Samen werken en elkaar helpen, met zorg omgaan met de ander en de omgeving. Leren keuzes te maken en initiatieven te tonen, zelf doen, zelf ontdekken en ervaren leidt tot ontwikkeling van zelfstandigheid en het leren dragen van verantwoordelijkheid:”Leer mij het zelf te doen.”
Leren is een creatief proces: het onderwijs moet boeiend zijn, zodat het kinderen uitdaagt om nog onbekende terreinen te verkennen, te exploreren.

2. Is het montessori-onderwijs alleen maar voor bepaalde kinderen geschikt?
De methode van Montessori is ontwikkeld voor alle basisschoolkinderen met ieder hun eigen capaciteiten en kwaliteiten. De leerkrachten helpen de kinderen met de leerstof en het zelfstandig worden.
Het tempo waarin dat gaat verschilt natuurlijk van kind tot kind.
Ieder kind heeft een eigen ontwikkelingslijn en krijgt onderwijs op maat. Als kinderen moeite hebben met bepaalde leerstof krijgen ze extra begeleiding en oefening.
De kinderen werken op eigen niveau en worden niet tegengehouden door de groep: wie verder wil werken, die kan dat ook !

3. Is het montessori-onderwijs voor een bepaalde groep ontwikkeld?
De doelgroep waarvoor het montessori-onderwijs geschikt is, zijn kinderen met ouders/verzorgers waarvan hun opvoedingsidee 
overeenkomt met de hiervoor geschetste visie op onderwijs

4. Mogen kinderen altijd maar zelf bepalen wat ze op school gaan doen; zijn ze geheel vrij om altijd te kiezen wat ze willen?
Kinderen leren geleidelijk om te werken volgens een (zoveel mogelijk) zelf gemaakte planning. In die planning dient een gevarieerde werkkeuze aanwezig te zijn. De leerkracht heeft tot taak ervoor te zorgen, dat elk vakgebied voldoende aandacht krijgt. Kinderen die meer aandacht moeten besteden aan bijvoorbeeld spelling worden begeleid om dit vakgebied nauwkeurig te plannen, zodat het regelmatig aan bod komt.
Geen zin hebben in rekenen betekent dus zeker niet: je hoeft niet te rekenen. Ook de leerkracht kan het kind korte werktaken opdragen die het kind moeten stimuleren in de ontwikkeling.

5. Waarin verschilt het lesmateriaal met dat van andere basisscholen?
De kinderen leren met de montessori-materialen op spelende wijze door zelf te handelen allerlei begrippen en vaardigheden.
De montessorimaterialen zijn aantrekkelijk en uitdagend voor de kinderen. Hierdoor willen de kinderen graag zelf leren en blijven ze gemotiveerd. De materialen laten de kinderen met hun zintuigen voelen, zien, horen hoe bijvoorbeeld een deelsom in elkaar zit. De leerstof wordt hierdoor beter opgenomen.
Kinderen begrijpen wat ze aan het doen zijn: bijv. door het werken met het groot vermenigvuldigbord krijgen ze inzicht hoe een keersom in elkaar zit. De vaardigheden worden daarna ook zonder de materialen geoefend. Er zijn ook boeken en lesmaterialen aanwezig die reguliere basisscholen gebruiken. Deze methoden zijn door de leerkrachten zo aangepast of worden door de kinderen zo gebruikt, dat zij goed passen binnen de montessori-visie op onderwijs en opvoeding. Dat betekent: werken in eigen tempo, met individuele begeleiding en naar eigen interesse.

6. Wat is de taak van de leerkracht?
De leerkracht zorgt ervoor, dat de materialen voor de kinderen klaar staan en dat de leeromgeving uitdagend en goed ingericht blijft.
De leerkracht begeleidt en stimuleert het leerproces van ieder kind individueel.
De leerkracht volgt het niveau van het kind.
Het lesprogramma en de individuele instructie worden aangepast aan het niveau van het kind. De leerkracht volgt op deze wijze ook de ontwikkeling van het kind, en stuurt deze waar nodig.
Wanneer een kind bijvoorbeeld wat meer aandacht moet besteden aan de keertafels dan wijst de leerkracht het kind hierop. Als dat nodig is, dan geeft de leerkracht het kind een werkopdracht.
Verder zorgt de leerkracht samen met de kinderen in de groep voor een rustige en uitdagende werksfeer.

7. Werken de kinderen op een montessorischool alleen maar individueel?
Nee. Hoewel het accent ligt op de individuele ontwikkeling van het kind zijn er ook groepslessen. In groepslessen wordt aan een (gedeelte van een) groep instructie gegeven. Verwerking is soms ook dan individueel.
Verder is er in de groepen alle gelegenheid tot samenwerken. Zo leren kinderen elkaar te helpen en leren ze ook van elkaar. Het samen komen tot een mooi werkresultaat geeft bovendien extra werkvreugde.
Daarnaast zitten er in een montessoriklas meestal drie leeftijdsgroepen bij elkaar.
In de onderbouw is dit groep 1-2 (en jongste kleuters die net 4 jaar oud zijn), in de middenbouw groep 3-4-5 en in de bovenbouw groep 6-7-8.
In een montessoriklas is een kind dus afwisselend “jongste”, “middelste” en “oudste”, met de daarbij passende sociale rollen.
  
8. Als kinderen op een niet-montessorischool hebben gezeten, kunnen zij dan wel later instromen op een montessorischool?
Ja. Als het een kind is voor gewoon basisonderwijs kan het altijd bij ons instromen. Er wordt dan gekeken naar de beginsituatie van het kind op het gebied van de totale ontwikkeling, de leerstof en de zelfstandigheid.
Afhankelijk van het startniveau en de groep waarin het kind binnenkomt, krijgt het kind de leerstof en materialen aangeboden. Vanaf dat punt werkt het kind verder en wordt het door de leerkracht gevolgd, zoals eerder is beschreven.

9. Wordt er getoetst op De Wegwijzer?
De leerkrachten hechten veel waarde aan het observeren van het leer- en werkproces van het kind. Het observeren gebeurt systematisch en voortdurend.
Gedurende het gehele jaar worden de kinderen getoetst op het gebied van lezen; dit gebeurt middels de “Zeker-weet-momenten”.
Verder worden de kinderen vanaf de middenbouw halfjaarlijks getoetst op het gebied van rekenen en spelling. Deze toetsen worden gebruikt om te kijken of het kind zich op deze vakgebieden voldoende ontwikkelt, en ze geven aanleiding om over te gaan tot extra sturing op onderdelen die nog niet goed beheerst worden.
Bovendien gebruiken we de toetsen om ons onderwijs waar nodig aan te passen en verder te ontwikkelen.

10. Hoe is de aansluiting met het Voortgezet Onderwijs?
Onze oud-leerlingen stromen in verreweg de meeste gevallen goed door naar de diverse vormen van voortgezet onderwijs in de regio.
We horen vaak dat middelbare scholen zo blij zijn met oud-montessori-leerlingen omdat zij zo goed in staat zijn zelfstandig te werken en hun werkzaamheden te plannen.
In Heerhugowaard is een voortgezet onderwijsschool met een montessori-afdeling.
Het voortgezet onderwijs werkt tegenwoordig vanuit het principe van het Studiehuis (ook wel: de Tweede Fase).
Dit onderwijsidee stemt in grote lijnen overeen met de ideeën van het montessori-onderwijs.
Als zodanig biedt De Wegwijzer het kind de beste voorbereiding op de toekomst!
Momenteel volgen meer dan 50.000 kinderen in Nederland montessori-onderwijs. In peutergroepen, basisscholen én scholen voor voortgezet onderwijs.